1940 – 1945
In de Meidagen van 1940 werd Nederland door het Duitse leger bezet en wat dat betekende ondervond men bijna direct. Om 11 uur ‘s avonds de cafeé dicht en tussen 12 en 4 uur ‘s nachts mocht niemand op straat. Gas en electrisch op rantsoen en brandstof op de bon, de jaren daarna werd het alleen maar slechter na 8 uur ’s avonds niet meer op straat, overal razzias, velen werden opgepakt en het Scholtenshuis werd berucht om zijn wreedheden. De boderijders hadden inmiddels zeer zware ritten naar de stad. Vracht Auto’s werden ingevorderd evenals paarden. De enkele auto’s die er nog waren werden omgebouwd op gas (houtgas of turfgas).Benzine was zeer schaars geworden en dus maakte men van de nood een deugd , men ging elkaar helpen. Bode Lantinga uit Hornhuizen nam b.v. zijn collega Timans uit Kloosterburen mee op sleeptouw naar Groningen.
Boderijders Wendelaar en Oosterlo hadden zo’n gaspot auto. (Klik op foto’s voor vergroting)Veel boderijders gingen terug naar de paarden tractie, zij hadden geen belang om ook nog stoker te worden. Het was een riskant beroep geworden want hoe vaak werden de boderijders niet aangehouden door landwachten of Duitse soldaten en hoe vaak gebeurde het niet dat zich onder de lading pakjes bevonden met tarwe of koolzaad olie bestemd voor families in de stad. Het jaat 1944 was een dieptepunt, bij voortduring werden schepen en auto’s en paardenwagens door de geallieerden beschoten waarbij vele slachtoffers vielen. Na vijf lange en bange jaren kwam in 1945 eindelijk de bevrijding. Bij de verkeers inspectie aan het Zuiderdiep in Groningen konden de boderijders toen een aanvraag indienen voor een vrachtauto. Als die aanvraag werd gehonoreerd, konden ze in Rotterdan een Amerikaanse legerauto ophalen en daar zijn veel boderijders dan ook weer mee begonnen. Wordt vervolgd
